Covid-19, Coronavirus: Een Modern Sprookje

Wie of wat ‘bestuurt jou’?

Er was eens……..

Een tijd, toen mensen wisten dat ze mensen waren. Mensen van vlees en bloed, met gevoel en een idee over mens-zijn.

Ergens gaandeweg begon er handel. Dat was mooi, want het zorgde ervoor dat mensen meer nuttige spullen tot hun beschikking hadden.Nog later kwamen een aantal ‘knappe koppen’ op het idee om in plaats van te werken met ruil (waarmee de hoeveelheid spullen niet exponentieel groeide) te gaan werken met waardepapieren, en rendement op die waardepapieren. Zo werd de economie geboren. Oh ja, en een deel van de controle, en het profijt wat er aan die economie kleefde, kwam in handen van deze ‘knappe koppen’.

Hoe verder de tijd vorderde, hoe meer spullen er kwamen. Nuttige spullen, maar vooral ook heel veel nutteloze spullen. Ook kwamen er steeds meer waardepapieren in omloop, en de (volgende generaties) ‘knappe koppen’, bedachten zelfs een systeem om aan deze waardepapieren andere waardepapieren te hangen die hun waarde verkregen uit de eerder bedachte waardepapieren. Het bezit van (de volgende generaties) ‘knappe koppen’ werd groter, en de hoeveelheid waardepapieren die deze mensen in handen hadden groeide. Dit kwam mede doordat, via het systeem van het creëren van vraag naar nutteloze spullen, deze spullen (voor waardepapieren) aan de man werden gebracht. De economie werd meer en meer een leidende factor.

Mensen werden meer en meer consumenten. Niemand leek echter in de gaten te hebben dat, dat toch wel een beetje ten koste van het mens-zijn leek te gaan.

Om alle (zowel nuttige als, steeds vaker, nutteloze) spullen te produceren waren er mensen nodig die tegen betaling (van waardepapieren) hun tijd besteedden aan het maken van deze spullen. Ze konden dan, via de verdiende waardepapieren ook aanspraak maken op spullen, ruimte en middelen die door de aarde waren voortgebracht.

De ‘knappe koppen’, hadden zich namelijk in de loop van de tijd, door waardepapieren te plakken op stukken van de aarde, op haar grondstoffen, de ruimte, en op andere middelen, die deze aarde (die daarvoor aan een ieder toebehorende) voortbracht, toegeëigend. Door mee te delen in winst die de ‘knappe koppen’ maakten, door middel van het verrichten van arbeid, werden ze naast consument ook arbeider. Niemand leek echter in de gaten te hebben dat, dat toch wel een beetje ten koste van het mens-zijn leek te gaan.

(Wat ook de meeste mensen ontging, was, dat het in het geval dat er waardepapieren werden omgezet in het verkrijgen van door de aarde voortgebrachte zaken, het eigenlijk ging om een sigaar uit eigen doos. Dat ze bestolen waren, en nu dat waarvan ze bestolen waren weer mochten terugkopen.)

Als arbeider kwamen mensen er achter dat ze vaak maar minimaal meedeelden in de winst. De arbeiders verenigden zich, en de ‘knappe koppen’ konden niet anders dan in een betere winstdeling mee te gaan. Eventjes werd de economie niet als het belangrijkste beschouwd. Niemand leek zich op dat moment te realiseren, dat het juist deze beweging was, die het mens-zijn weer deels deed opbloeien. De ‘knappe koppen’ konden niet anders dan hun waardepapieren (en daarmee de macht over de ‘aardse zaken’) wat meer te delen.

Op termijn kwam er ook ander werk. Werk dat wat meer leek op het ‘werk’ van de ‘knappe koppen’. Bijvoorbeeld werk waarbij de arbeiders werden aangestuurd en gecontroleerd. Zo ontstonden de managers. Hoewel zij weinig fysiek werk verrichtten, kregen zij toch meer voor elk gewerkt uur. Sommigen van hen waren ‘in een vorig leven’ zelf arbeider geweest, anderen werden manager, omdat ze de juiste boeken gelezen hadden. Op een gegeven moment kregen deze managers ook weer managers, die de andere managers aanstuurden en controleerden. Zij hadden vooral efficiëntie en de economie, waarvan zij afhankelijk waren (geworden) hoog in het vaandel staan.  De efficiëntie zorgde ervoor dat er steeds meer werk voor steeds minder waardepapieren werd gedaan. Niemand leek echter in de gaten te hebben, dat ook dit weer een beetje ten koste van het mens-zijn leek te gaan.

In dezelfde tijd ontstond er een levendige handel in arbeiders en managers. De economie werd nog belangrijker, en de ‘Human Resources’ werden geboren. Eigenlijk werden mensen nu, net als eerder het geval was met de ‘aardse zaken’, onderdeel van die economie. Mensen werden meer en meer een middel (zoals het woord al aangeeft) om doelen te bereiken.

Niemand leek echter in de gaten te hebben dat, dat toch wel heel erg ten koste van het mens-zijn leek te gaan.

Omdat dit al zo lang doorging, en omdat er nu massa media waren gekomen, zoals radio en televisie, wisten de mensen niet beter meer. En omdat iedereen nu van dezelfde informatie werd voorzien, door diezelfde massa media, en het beeld was, dat deze hele gang van zaken de normaalste zaak van de wereld was, waren er nog weinig mensen die het mens-zijn voorop stelden. Wanneer zij dat wel deden, en dit ook uitdroegen, werden zij door de ‘human resources’ niet begrepen. Sterker, er was een tendens deze mensen te betichten van idiote ideeën, van het niet hebben van realiteitszin, en voor te houden ‘dat het nu eenmaal altijd zo was geweest’.

Als deze mensen er dan op wezen dat ‘het systeem’ (de economie en bijbehorende mensenhandel) door mensen was bedacht, en niet natuurlijk was, vielen er al snel woorden als ‘dorpsgek’, ‘arrogant’, ‘betweten’, of ‘idioot’. Niemand leek echter in de gaten te hebben dat het vergeten van mens-zijn, wel eens aan de grondslag van deze reacties zou kunnen liggen. Wanneer deze mensen vervolgens er ook nog eens op wezen hoe de ‘knappe koppen’ uit het verleden mede verantwoordelijk waren voor het ontstaan van deze situatie, was het hek helemaal van de dam. De ‘human resources’ verdedigden met man en macht ‘het systeem’ en de ‘knappe koppen’.

De mensen die het mens-zijn nog hoog in het vaandel hadden staan, hadden zo regelmatig de neiging om aan zichzelf te twijfelen, en gingen meer en meer hun mond houden.

Tot er op een dag iets gebeurde, waardoor een groot deel van de ‘human resources’ niet meer kon werken. Eerst raakten ze in paniek, want hoe moest dat nu wat betreft de waardepapieren? Niet lang daarna zagen ze dat het voorop stellen van de economie, en vooral de efficiëntie voor grote problemen zorgde. Want, wat was het geval? Er brak een besmettelijke ziekte uit, en omdat het mens-zijn zo ondergesneeuwd was geraakt, ‘het systeem’ in de naam van efficiëntie was uitgehold, en de meeste mensen ook in hun persoonlijke beleving de economie hadden voor laten gaan op het mens-zijn, dreigden er veel mensen dood te gaan.

Ineens werd duidelijk dat waardepapieren misschien wel handig kunnen zijn, maar dat deze zeker niet heilig of zaligmakend bleken. Ook werd duidelijk dat er, door de economie voor te laten gaan op het mens-zijn, en de macht uit handen geven aan de (huidige generatie) ‘knappe koppen’, het vooral bedrijven waren waaraan veel van de beschikbare waardepapieren werden gespendeerd. Ook begonnen ze te zien hoe de massa media hen, vanwege hun eigenbelangen en vanuit het geloof in de economie (en ongeloof in mens-zijn) een rad voor ogen had gedraaid. Ineens realiseerden ze zich hoe ze zelf hun mens-zijn hadden ontkent, en daarmee ook het mens-zijn van alle andere mensen op aarde.

De ‘knappe koppen’, de massa media, de voorstanders van het onnatuurlijke ‘systeem’, en anderen die daar baat bij dachten te hebben, probeerden nog de dingen op de oude voet door te laten gaan, maar de klad zat er goed in. Langzaamaan begonnen de mensen zich hun mens-zijn weer te herinneren, en gingen daar ook weer voor staan.

Mensen wisten weer dat ze mensen waren. Mensen van vlees en bloed, met gevoel en een idee over mens-zijn. Ze zagen nu, door schade en schande wijs geworden, dat alle mensen zich in eenzelfde schuitje bevonden. Dat iedereen zocht naar veiligheid, onderdak en verbinding. Dat de ene zijn leed, ook de ander zijn leed was, en dat landsgrenzen, economische status, en allerlei andere zogenaamde verschillen, veelal door henzelf geloofd werden, zonder dat deze in de realiteit nu echt tastbaar bleken te zijn.

Sommige mensen zagen zelfs dat ook de ‘knappe koppen’, vooral vanuit angst (en de daaruit voortvloeiende hebzucht, machtswellust, en ongefundeerd eigenbelang) gehandeld hadden. Ze zagen dat het ontstane probleem niet op te lossen zou zijn op de manier zoals dat in het verleden was gebeurd. Dat vergelding nergens toe zou leiden, dat geweld met geweld bestrijden nogal dom was, en dat het vooral om een interne mentaliteitsverandering zou gaan, wanneer ze dit probleem voor eens en voor altijd wilden tackelen.

Ze begonnen te zien dat aan alle tegenstellingen en diversiteit een bepaalde eenheid ten grondslag lag. Dat het jezelf en jouw clubje naar voren schuiven, ten koste van alles verdedigen, het jezelf ten koste van de ander verrijken, en het jezelf boven een ander plaatsen, nog nooit iets anders had opgeleverd dan een partij drama en rotzooi.

Zo kwam het dat, nu er veel van het dagelijkse leven was komen stil te liggen, door de ontstane situatie tijd was genomen voor bezinning. En, toen alles weer langzaamaan op gang kwam, was dit met een veranderde mentaliteit. De mensen zagen dat er één ding was duidelijk geworden.

Het moet allemaal anders, op een hoger plan, en we zijn daar met zijn allen zelf verantwoordelijk voor. Status, titels, macht; het doet er allemaal niet zo toe. Nee, om mens te zijn, en een menselijk systeem te bedenken, mogen we ons mens-zijn nooit meer uit het oog verliezen of ten grabbel gooien. Dat zijn we waard, allemaal. We moeten zien dat onze kracht ligt in kwetsbaarheid in plaats van in maakbaarheid. Dat je het hier op aarde zijn niet moet hoeven verdienen. Dat iedereen ongeacht zijn huidskleur of sekse, voorkeur of uiterlijk er bij hoort. Alleen zo kunnen we voorkomen dat deze geschiedenis zich voor de zoveelste keer, opnieuw herhaalt.

Er was eens………

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.