Opvoeden ‘Anders’ bekeken; Laat het kind, kind zijn

Foto baby

Als blanco blad geboren

In de deze tekst wordt gekeken naar het fenomeen ‘opvoeden’. Waarbij het geschetste beeld uiteraard een onvolledig beeld is, ter contemplatie en niet bedoeld als ‘richtlijn’. Waarbij e.e.a. zich baseert op de ervaringen ‘hier’, n.a.v. het opvoeden van ‘mijn eigen’ kinderen, en de ervaringen met andere ouders; al dan niet op basis van contacten via STAP uit de MATRIX.

Laat het kind toch kind zijn

Een veel gehoorde uitspraak wanneer het gaat over het opvoeden van kinderen is: “Laat het kind toch kind zijn.” Een uitspraak afkomstig uit de tijd dat kinderarbeid nog aan de orde van de dag was en kinderen dus tegen uitbuiting door volwassenen beschermd moesten worden. Kinderen horen namelijk te spelen en leren en niet te werken. Gelukkig liggen hier in het westen die tijden achter ons. (Tenminste, zo lijkt dat ‘aan de oppervlakte.) Toch is deze uitspraak nog steeds actueel, alleen werkt het mechanisme tegenwoordig juist in het nadeel van het kind en de maatschappij.

 

Tijden veranderen

De kinderen van vandaag, zijn niet de kinderen van honderdvijftig jaar geleden. Net als iedereen binnen de maatschappij, zijn ook kinderen de afgelopen decennia mondiger geworden. Het verdwijnen van grote (sociale) hiërarchische verschillen – in de dagelijkse praktijk – hebben hiertoe bijgedragen. Het kind is dus ‘verder’ en tot meer in staat. In de manier van opvoeden wordt daar – als je naar de algemene tendens kijkt – weinig tot geen rekening mee gehouden, met alle gevolgen van dien.

Andere maatschappelijke ontwikkelingen – bijvoorbeeld dat iedereen zijn steentje moet bijdragen aan arbeid – hebben er voor gezorgd dat – daar waar juist meer behoefte is aan meer begeleiding en input in de richting van het kind – er juist minder tijd voor dat soort zaken is overgebleven. Opvoeden gebeurt meer en meer door de maatschappij en haar instanties en steeds minder door de ouders zelf. Helaas heb ik zo mijn bedenkingen bij de – door de maatschappij en haar instanties – gehanteerde methodes en het eindresultaat waarop dat (opnieuw) af lijkt te stevenen.


Aanleren cognitieve vaardigheden

Die methode is namelijk grotendeels het aanleren van cognitieve vaardigheden, zoals taal en rekenen. Het andere gedeelte – hoe leef je je leven, hoe gebruik je je probleemoplossend vermogen, wat is het eigenlijk om een mens op aarde te zijn, en bijvoorbeeld de notie dat ideeën, ideeën zijn, en niet ‘iets wat bloedt’ – komen niet tot nauwelijks aan bod.

Daar waar dit al aan bod komt, worden juist ‘sociaal wenselijk gedrag’, zoals: niet te kritisch zijn, opzitten en pootjes geven en vooral het luisteren naar autoriteiten (en deze zeker niet in twijfel trekken) aangeleerd. Uit zichzelf zijn kinderen nieuwsgierige wezentjes, die altijd hun oplossing zoeken zonder dat daarbij – in de eerste levensjaren – conditionering een rol speelt. En dat is gevaarlijk voor het functioneren van ‘het systeem’ / de maatschappij, tenminste zo lijkt de algemene indruk te zijn.

Hierbij zijn de eerste zes levensjaren zeer belangrijk. In die levensfase wordt de blauwdruk aangelegd voor de rest van het leven. Door kinderen dus voor hun zesde (flink) te kaderen – vaak onder het mom van “laat een kind toch kind zijn” – voorkom je, in de meeste gevallen, moeilijke vragen op latere leeftijd. Je leert het kind niet hoe hij moet denken, je leert het kind wat hij moet denken. Je leert het kind niet zijn eigen oplossing te zoeken, nee je leert hem een standaard oplossing aan. Je legt een kind niet uit waarom dingen gaan zoals ze gaan, nee je zegt: “dat is nu eenmaal zo”. (Het was treffend hoe onze – toen 7 jarige – zoon het verwoordde, toen hem de vraag werd gesteld waarom hij zich (onder de dreiging van zelfmoord) verzette tegen ‘naar school gaan’. “Op school wordt mij geleerd wat ik moet denken, niet hoe. Je moet allemaal hetzelfde denken, maar wat ik denk, dat bepaal ik zelf wel.”)

Africhten: wees braaf, wees bang

Als ik om me heen kijk, is het grootste compliment wat je een kind – samen met netjes zijn, goed stilzitten en braaf hun mond houden – blijkbaar kunt geven is, dat het zo goed luistert en natuurlijk niet tegenspreekt. Dat levert bij goed gedrag in de stad – lees ‘het je als volwassene gedragen’, door niet te huppelen, springen en op dingen te klimmen – meestal een ijsje op. Behalve als er niet goed geluisterd wordt uiteraard, want dan ‘wordt het ijsje weer afgepakt’.
En vervolgens rijst – in mijn optiek redelijk onbegrijpelijk – de vraag “waarom chanteert mijn kind me”?

En terwijl ik me daar persoonlijk aan stoor, omdat ik van mening ben dat er zo robots en zombies gecreëerd worden, vinden de meeste ouders die ‘ik ken’, het wel makkelijk dat hun kind zo goed luistert en niet in discussie gaat. “Kinderen kosten zo al tijd genoeg”, “Hij moet maar weten wie de baas is” of “Ik ga toch niet met een kind in discussie”, zijn allemaal dingen die ik in die context regelmatig gehoord heb. (Waarbij de kanttekening dat dit niet een aanval op die ouders is, want ook ik – in de rol van vader, als het ware – heb ook niet de wijsheid in pacht natuurlijk. En ook daar geldt weer dat ook die ouders weer leerden wat zij leerden, enzovoorts.)

 

Dat kan anders

Nu zijn er ouders die hier op geen enkele manier aan mee willen werken. Zij geloven niet in “laat een kind een kind zijn”, maar gaan juist uit van de kracht en flexibiliteit van het kind. Ikzelf ben ook zo’n – in de optiek van de massa, vreemde – ouder.

Al vanaf dag één – en dat kun je vrij letterlijk nemen – leer ik mijn kinderen dat zij een individu met eigen ideeën zijn. Hun menig hoeft niet de mijne te zijn en “anders” is niet per definitie beter of slechter, maar precies dat wat het zegt, “anders” en dat je daarom ook niet zomaar moet (ver)oordelen. Ook heb ik ze meteen geleerd dat de dingen die zij bedenken, net zo belangrijk zijn als dat wat volwassenen bedenken en dat regels en afspraken geen statische dingen zijn, maar dat deze altijd ter discussie kunnen staan. (Dit niet als een ‘kijk mij eens’ verhaal, maar puur als voorbeeld.)

 

Tijd, energie, en confrontatie

Dit is – qua tijd en ‘doordoen’ – niet altijd de meest soepele manier. Er ontstaat nogal eens – vaak terechte – discussie over regels en gewoontes. Waarbij mijn houding is, dat ik ook niet alle wijsheid in pacht heb. Dit laatste is voornamelijk gekomen, nadat ik een aantal keer mijn neus gestoten heb, door een regel met argumenten te verdedigen, waarna mijn toen vier jarige dochter, deze argumentatie met twee gerichte uitspraken, van tafel wist te vegen. Mijn indruk is, dat kinderen veel meer kunnen en weten dan dat ouders – ook die er voor openstaan, mijzelf incluis – zich beseffen. (Het kan een ietwat confronterend zijn om je eigen ‘fout zitten’ t.o.v. een kind te moeten onderkennen. Maar ja, ‘wat zo is’, ‘is natuurlijk zo’. Er wel naar kijken, kan zo ‘zijn vruchten afwerpen’, zoals in het verhaal van Jana – en Pelle.)

Blokkeren van ervaringen

Kinderen hebben de capaciteiten om allerlei complexe informatie, op een originele manier te verwerken. Door er echter voor te kiezen “een kind een kind te laten zijn” (middels het alles uit handen nemen, ze op een troon te zetten, en/of over-beschermend te zijn) en ze in wezen dus niet te stimuleren met complexere zaken – en wellicht ‘gevaarlijke’ zeken – wordt het kind dom gemaakt en gehouden. Buiten de kaders denken wordt afgeleerd en er wordt aangeleerd het buiten de kaders denken van anderen, gelijk af te straffen. Natuurlijk is dat nooit (bewust) het doel, maar – gebaseerd op gesprekken, coaching, en ervaring – helaas vaak wel het eindresultaat.

 

Een kind kan meer

Van de week hoorde ik de uitspraak: “Een kind van zes jaar kan zoveel hebben geleerd, dat hij complexe wiskundige berekeningen maakt. Als hij maar de juiste input krijgt.” (Ik kan slordig genoeg de bron even niet meer vinden.) Een uitspraak die in mijn optiek een hoop waarachtigheid bevat.

Toch kiezen we daar niet voor. Nee, wij houden onze kinderen bezig met het verzamelen van speeltjes die je bij de supermarkt krijgt, de studio 100 fanclub en met bijvoorbeeld competities als “Het stoerste kind van Nederland” of “Welk kind wordt het nieuwe gezicht van Bona?” en dat soort – op conditionering en creatie van een goede consument gerichte – flauwekul.

Een kindervraag is niet per definitie lastig, ongegrond, of achterlijk! 

Met al die dingen in het achterhoofd, lijkt het niet zo raar, dat er nogal wat kinderen zijn die gedragsproblemen (lees: wat door de maatschappij als storend gedrag ervaren wordt) vertonen. Maar verplaats je eens even in de situatie van het kind. Je wordt geboren in een systeem wat van onechtheid en oneerlijkheid aan elkaar hangt. Een drie jarige ziet dit – omdat de conditionering hem nog geen rad voor de ogen gedraaid heeft – duidelijk en heeft daar vragen over.

Met het antwoord: “Tja, dat is nu eenmaal zo”, kan zo’n kind niet zoveel. Als hij er echter vaak genoeg tegenaan loopt, gaat “het is nu eenmaal zo”, behoren tot zijn eigen set normen en waarden en is daarmee de conditionering (en dood van het zelfstandig nadenken) een feit. Er wordt het idee van ‘een standaard mens’ geprogrammeerd. Een niet bestaand ‘ideaalbeeld’ waaraan nooit iemand zal gaan (kunnen) voldoen. 

DSM-5, het sprookjesboek van de ggz, vol statische beschrijvingen van dynamische ‘ontwerpen’. De waan van de ‘standaard mens’.

Angst zit diep, gemakzucht heerst

Aan de andere manier – het wel uitleggen hoe jij het ziet en daarbij de ruimte laten dat het kind het anders mag/kan zien – kleven ook ‘nadelen’.

Voor de ouders kost het zeeën van tijd. “En nu hou je je mond!”, is een snellere methode dan overal over in gesprek gaan. Het ervoor kiezen je kind zijn eigenheid te laten ontplooien wordt – vanuit angst voor het verliezen van controle? – door een grote groep, met een zekere argwaan bekeken. Ook angst in algemene zin, speelt daarin uiteraard een rol. Als hun kind nu eens bij jou thuis gaat spelen en jij gaat wel een gesprek aan?

Misschien gaat dat kind dat thuis dan ook wel doen, en het kost allemaal al zo veel tijd. De oplossing is simpel. Je bestempeld de ‘vrije(re) ouder’ gewoon als “slechte ouder” en leert je kind dat ze er “bij hun thuis”, rare ideeën op nahouden. Conditionering veiliggesteld.

 

Ook ‘nadelen’ voor het kind

Ook voor het kind zelf kleven er nadelen aan het loslaten van “laat een kind toch kind zijn”. Er ontstaan grote verschillen in de omgang met het kind. De directe omgeving – die het kind en opvoedkundige achtergrond goed kennen – zal het kind benaderen als zelfstandig nadenkend individu. De bredere maatschappelijke omgeving gaat echter uit van een dom, niets wetend wezentje.

 

Dat levert nog wel eens verontwaardiging en verwarring bij het kind op. Ook wanneer het kind naar school gaat, zal het snel oplopen tegen de beperkingen van het systeem. Het kind zoekt de grenzen op en stelt regels ter discussie. Dit wordt niet altijd door iedereen gewaardeerd en zorgt er vaak als snel voor dat zo’n kind als “lastig” bestempeld wordt. Het systeem – de vaste kaders waarbinnen de wereld van het onderwijs zich afspeelt -, is daar namelijk niet op ingericht. Dat gaat uit van sjablonen en gemiddelden, waarbij er voor het individu weinig tot geen ruimte is. (En voor elke ‘afwijking’ – lees: vorm van vrij gedragen – is wel een therapie of pil beschikbaar om dat als de wiedeweerga af te leren. FOEI!)

 

Als ouder ‘er bij blijven’

Het gevolg van dit alles is, dat je – als ouder die graag ziet dat zijn kind zijn mogelijkheden ten volste benut – vaak bezig bent, conditionering die door anderen is “aangebracht”, weer teniet te doen. Ook zelf alert zijn op de dingen die op school spelen – denk aan onderpresteren, moeilijk gedrag, et cetera – is een must. Je bent namelijk als ouder in constant ‘gevecht’ om het recht op ontplooiing van je kind niet te laten verkwanselen. (Ook voor jou, ‘als ouder’ geldt dan natuurlijk dat zelfstandig nadenken, en de wil je kinderen tot zelfstandig nadenkende wezens op te voeden een must. Ook als dat eventueel conflicteert met andere levensomstandigheden.)

Het niet uitgaan van “laat een kind toch een kind zijn”, is – binnen een systeem wat is gericht op het aanleren van maatschappelijk gewenst gedrag – best een opgave. Het makkelijkste is namelijk om met de stroom mee te gaan en er niet tegenin te zwemmen. En dat kost dan weer erg veel tijd en energie, waardoor de meesten er niet eens aan beginnen. Want, ook binnen de opvoeding speelt – sprekend vanuit mijn eigen waarnemingen – de factor gemakzucht een grote rol.

 

Utopie of vergeten verleden?

Een echte verandering zal dus pas waar te nemen zijn, wanneer niet de individuele ouder, maar het systeem zich aanpast aan de huidige tijd. Wat dat betreft begrepen de Indianen iets waarvan wij nog een hoop kunnen leren. In plaats van “laat een kind toch een kind zijn”, hanteerden zij het principe van “onze kinderen zijn onze toekomst”.

Zij gingen er van uit, dat als een kind op twaalfjarige leeftijd (qua levenswijsheid) wist, wat de meeste wijze persoon van de stam wist, dit kind nog jaren had om daar bovenop nieuwe dingen te leren. Dus was het vooral zaak deze levenswijsheden (bestaat er zoiets in het Westen?) over te leveren. Hiermee werd de maatschappij – per generatie – steeds wijzer.

Niemand ‘is de baas’ van (n)iemand. Gelijkwaardigheid is absoluut.

Wij kiezen precies voor het omgekeerde. Wij houden de kinderen dom door ze – gedreven door eigenbelang – net iets minder kennis over te dragen dan dat we zelf beheersen. Want wees eerlijk, je moet kinderen toch niet belasten met volwassen vraagstukken? Laat staan dat ze als ze straks volwassen zijn, met echte oplossingen voor problemen komen. Dat wil toch niemand?

Aan alle ouders die dit lezen en die – zoals velen die ik om me heen zie, geen tijd, zin en energie hebben, voor al die discussie en uitleg – kan ik alleen maar adviseren. Houdt je kind alstublieft dom, zorg dat het zich zo snel mogelijk voegt naar de MATRIX en laat vooral “je kind toch kind zijn”, dat scheelt een hoop tijd, onrust en ellende.

Ten slotte

Uiteraard is bovenstaande niet zaligmakend en zijn er nog honderdduizend dingen over te zeggen, en te bekijken. Binnen ‘de werkelijkheid’ is het beweging en verandering wat de klok slaat. Ook al is het (‘persoonlijke’) verzet ertegen nog zo groot. Sommige zaken zijn in deze tekst bewust wat scherp en gechargeerd neergezet. Allemaal met als ‘doel’ dat jij er – vanuit de rol van ‘ouder zijn’ – naar zou kunnen kijken, en zonder ‘mezelf’ als ‘beter’ of anderen als ‘slechter’ neer te zetten. Dat is een geloof wat hier niet (meer) wordt aangehangen.

Vragen, opmerkingen, over bovenstaande verder praten? Stuur gerust een bericht (via onderstaand formulier), maak een afspraak, of praat mee op het forum.

Copyrights foto ‘boos kind’ – Thinkstock

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.